Begeleidende brief voor de leerkracht Lesbrief voor het BO groep 7 & 8 en VO klas 1 & 2. Geachte onderwijsgevende, De provincie wil in het kader van letselpreventie aandacht vragen voor het oversteken van drukke 80-km wegen door fietsende kinderen.’Het veilig oversteken van drukke 80-km wegen is voor schoolgaande kinderen een risicovolle bezigheid. In deze lesbrief willen we de scholieren bewust maken van de risico’s bij het oversteken en ze informatie geven hoe zij die risico’s tot een minimum kunnen beperken. De lesbrief is bestemd voor leerlingen van de basisschool in de groepen 7 en 8 en leerlingen in het voortgezet onderwijs in de klassen 1 en 2. Doelen van deze lesbrief zijn ondermeer: < De leerling kan zijn eigen fiets beoordelen op veiligheid. < De leerling kan de veiligheid van zijn eigen fiets vergroten. < De leerling weet dat bij het oversteken als zijn aandacht gericht moet zijn op het verkeer. < De leerling leert het belang van stoppen voor het oversteken. < De leerling leert om een positie te kiezen op de weg voor het oversteken waarbij hij het aankomende verkeer goed kan overzien. < De leerling kan een remwegberekening maken. < De leerling kan globaal de snelheid van een auto inschatten. < De leerling leert oriëntatiepunten op de te oversteken weg te kiezen. < De leerling leert dat oversteken tussen stilstaande auto’s gevaren kan opleveren. < De leerling weet hoe je snel vaart kan maken om zo veilig de weg over te steken. Wij hopen dat u deze lesbrief in uw lessen gaat gebruiken en daarmee de zelfredzaamheid van de leerling als verkeersdeelnemer helpt vergroten. Met vriendelijke groeten, Ondertekening gedeputeerde Hoe deze lesbrief te gebruiken? Hartelijke dank voor het gebruiken van deze lesbrief. Wij verwachten dat deze lesbrief een bijdrage kan leveren voor een veilig verkeersgedrag. Het is een wezenlijk verschil of u deze lesbrief gebruikt in groep 8 van de basisschool of in de brugklas van het voortgezet onderwijs. Als u in groep 8 uitlegt waarom bepaald fietsgedrag gevaarlijk is, is er kans dat de kinderen het gewenst en veilig fietsgedrag gaan vertonen. Brugklassers zijn al een stuk minder volgzaam. Regels zijn meestal geen fun. Risico nemen vindt deze leeftijdsgroep vaak interessant. Toch hopen wij dat u ze weet te overtuigen van veilig verkeersgedrag. Uiteraard is het aan de leerkracht om hier haar of zijn expertise tentoon te spreiden. Deze lesbrief is een middel om jongeren veiliger aan het verkeer deel te laten nemen. Wij geven u hiermee een handreiking, u bepaalt uiteindelijk zelf hoe u het materiaal toepast. Met het niveau van de lesbrief kan verschillend worden omgegaan. Een remwegberekening is voor brugklassers goed te doen, maar voor groep acht misschien net te moeilijk. Tips voor de docent Geef de leerlingen even 5 minuten de gelegenheid om de lesbrief door te bladeren. De leerlingen hebben daardoor een globaal idee waar de lesbrief over gaat. Begin een gesprek met de leerlingen over hun fiets. Voorbeeld van vragen, die gesteld kunnen worden: Wie komt er op de fiets naar school, hoelang fiets je er over van thuis naar school, en je tevreden over je fiets, waarvoor gebruik je je fiets nog meer, moet je weleens gevaarlijke kruisingen oversteken? < Bij de opdracht die hoort bij “Oversteken over een drukke weg”, is het raadzaam toe te zien of er inderdaad groepjes van vier gevormd worden en of het duidelijk is wie de rapporteur is. Bij het klassikaal na bespreken is het goed als u een samenvatting geeft en conclusies trekt. < De opdracht “Stoppen voor de stopstreep” kunnen de leerlingen zelfstandig maken. < Bij het hoofdstuk “Inschatten van de snelheid van auto’s is het aan te bevelen het sommetje van de remwegberekening even klassikaal door te nemen. Sommige leerlingen zullen dit lastig vinden. < Geef de leerlingen gelegenheid om een reactietest te doen op de computer, bijvoorbeeld: drie pogingen en de beste tijd geldt. Het is misschien aardig om te kijken wie de snelste reactietijd heeft. Kinderen met een wat trage motoriek zijn vaak juist heel goed in dit soort spelletjes. < Bij het hoofdstuk “Oriëntatiepunten” kunt u bijvoorbeeld vragen wie bij het oversteken oriëntatiepunten gebruikt. Of de volgende opdracht geven: bepaal volgende keer als je oversteekt op grond van de tabel een oriëntatiepunt op de weg die je moet oversteken. Als de auto daarvoor is kun je oversteken, als de auto het punt gepasseerd is moet je wachten. < Inschatten van afstanden. Vraag die gesteld kan worden, is: in hoeverre komen jullie schattingen van afstand overeen met jullie meetresultaten? < Fietsen in groepen. Vraag hier naar het feitelijk gedrag van de leerlingen als ze in een groep fietsen. Er komen nog weleens klachten binnen over het onbewust asociaal fietsen van scholieren. Vraag of asociale fietsgedrag het weleens gevaarlijke situaties oplevert of dat het tot ongelukken geleid heeft. < Voorrang krijgen. Ook hier naar ervaringen van leerlingen vragen. < Oversteken bij een middengeleider/vluchtheuvel. Laten de leerlingen de tekst lezen en vraag of ze ervaring hebben met een middengeleider. < Het fietspracticum kunnen de leerlingen zelfstandig doen. Toch is het goed om als docent rond te lopen en hier en daar aanwijzingen te geven. Tenslotte. De proef op de som is natuurlijk om met de groep leerlingen op de fiets een gevaarlijke kruising in de buurt van de school te laten oversteken en dan te kijken of de leerlingen de lesstof die aan gereikt is in deze lesbrief kunnen toepassen. Veel plezier met deze lesbrief. OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 1 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Inhoudsopgave 1. Je fiets 2. Oversteken over een drukke weg 3. Stoppen voor een stopstreep 4. Inschatten van de snelheid van auto’s 5. Oriëntatiepunten 6. Inschatten van afstanden 7. Fietsen in groepen 8. Voorrang krijgen 9. Oversteken bij een middengeleider 10. Fietspracticum 11. Extra opdrachten OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 1 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? 1. Je fiets Handig zo’n fiets. Je kunt er even snel mee naar een vriend, vriendin, de sportvereniging of de winkel. Als je verder dan 1 of 2 km van de school woont, is fietsen vaak sneller dan lopen en handiger dan het openbaar vervoer. Je bent natuurlijk trots op je fiets. Jongens rijden nog wel eens op een stoere fiets, een BMX of een mountainbike en meisjes een mooie fiets met bloemetjes en zo. Toch kan je soms balen van je fiets. Het is vervelend als je band lek is, je voorwiel aanloopt of de remmen niet goed werken. Dan moet je aan je familie of de fietsenmaker vragen of ze je willen helpen je fiets weer goed te maken.. Wil je weten of je fiets veilig is? Blader dan door deze lesbrief en doe het fietsprakticum. 2. Oversteken over een drukke weg Bij het oversteken van een drukke weg heb je al je aandacht nodig om veilig aan de overkant te komen. OPDRACHT Maak de volgende opdracht in een groepje van vier. Bespreek de vragen en geef je mening. Eén leerling schrijft kort op wat jullie voor antwoorden hebben gevonden (waarom wel, waarom niet?). Nadat jullie er over gepraat hebben worden de antwoorden klassikaal besproken. OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 2 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? < Je moet een gevaarlijke, drukke weg oversteken, maar je bent mobiel aan het bellen met je vriendje. Wat doe je? < Je hebt een lekker muziekje opstaan op je mp3-speler en je moet op een onoverzichtelijk punt een drukke weg oversteken. Wat doe je? < Net uit school ben je gezellig aan het kletsen met je vriendje die met je mee fietst. Wat doe je als je een druk kruispunt moet oversteken? < Vind je dat mobiel telefoneren of sms-en op de fiets net als in de auto verboden moet worden? foto bellen foto ipod foto praten 3. Stoppen voor een stopstreep Fietsers hebben een hekel om te stoppen als ze aan het fietsen zijn, want het kost weer extra energie om de fiets in beweging te brengen. Automobilisten hebben het makkelijk: de bestuurder hoeft het gaspedaal maar een beetje in te trappen en de auto gaat vanzelf rijden. Hier MOET je stoppen! Hier moet je voorrang verlenen. Stoppen is verstandig maar niet verplicht. OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 3 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Toch moet je altijd stoppen voor een stopstreep, zeker als er ook een stopbord staat. Degene die de weg ontworpen heeft, de wegbeheerder, heeft dat bord daar niet voor niets neergezet. Misschien is er in het verleden wel een ongeluk gebeurd, en wil hij dat je hier extra voorzichtig bent. Als je een drukke weg gaat oversteken is stoppen ook een erg goed idee. Gun je zelf de tijd om stil te staan en te kijken naar de auto’s die van links en recht komen aanrijden. Ook als er weinig verkeer is op de weg, fiets je langzaam op de stopstreep af en stopt. Dan kijk je goed naar links en rechts. Soms staan er verkeerborden langs de weg of een bushokje waardoor je de weg niet goed kunt overzien. Merk je dat je uitzicht belemmerd wordt, zoek dan een plek waar je de hele weg goed kunt overzien. Zorg ervoor dat je één trapper hoog hebt staan, zodat je vlot kunt wegfietsen. Je bent dan minder lang op de weg, wat veiliger is. OPDRACHT < Welke fietser kan de weg het best overzien, fietser A of fietser B? AB < Wat moet de fietser die de weg niet goed overziet doen? 4. Inschatten van de snelheid van auto’s Het inschatten van de snelheid van auto’s is belangrijk. Een auto die hard rijdt, is zo bij je. Een tractor rijdt niet hard, daar kun je vaak nog wel voor langs. Maar pas op: sommige tractoren rijden wèl erg hard, en kunnen niet zo snel stoppen omdat ze veel lading vervoeren. Soms wordt een tractor net ingehaald door een andere auto als jij wilt oversteken, let hier goed op! OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 4 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Belangrijk is de remweg, die een auto nodig heeft om tot stilstand te komen en de reactietijd van de automobilist. De reactietijd is de tijd die de bestuurder nodig heeft vanaf het moment dat hij ziet dat hij moet remmen totdat hij daadwerkelijk het rempedaal intrapt. Remwegberekening Een auto rijdt 80 km/u. De auto is nog 70 meter van je verwijderd. Jij wilt oversteken. Stel dat je oversteekt en je voet schiet van je pedaal, je valt en en je kan niet zo snel wegkomen. Kan die auto dan nog wel op tijd remmen? Om er achter te komen hoe lang de auto er over doet om te kunnen stoppen, moet je de volgende zaken uitrekenen: < De snelheid van de auto delen door 10 < Het antwoord vermenigvuldigen met zichzelf (kwadraat) < Van dit antwoord driekwart (drie-vierde, oftwel 75% nemen) Je weet dan het aantal meters dat de auto rijdt voordat hij stilstaat. Het duurt ook nog even voordat de bestuurder reageert. Je moet dus ook nog uitrekenen hoe veel meter de auto rijdt voordat de bestuurder begint met remmen. Voorbeeld De snelheid van de auto is 80 km/u. 80 deel je door 10. Antwoord: 8. 8 vermenigvuldig je door zichzelf: 8x8. Antwoord: 64. Hiervan neem je ¾: 64 delen door 4 en het antwoord 3 keer doen. Antwoord: 48. De auto rijdt dus 48 meter vanaf het moment dat de bestuurder gaat remmen, totdat hij stil staat. Maar: de bestuurder heeft nog een reactietijd van 0,3 seconde (1/3 seconde). Hoeveel meter rijdt de auto in 0,3 seconden? Hij rijdt 80 km/u. Een km is 1000 meter, een uur 3600 seconden. Hij rijdt dus 80 x 1000 = 80.000 meter in 3600 seconden. In 1 seconde rijdt de auto dan 80.000 / 3600 = 22,2 meter. In 0,3 seconde rijdt hij dan: 22,2 x 0,3 = 6,67 meter, afgerond: 7 meter. In totaal heeft de bestuurder dus 48 + 7 = 55 meter nodig om te stoppen. Zie ook de tekening op de volgende bladzijde. OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 5 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? OPDRACHT Wat is jouw reactietijd? Google naar ‘reactietest’, doe een test en kijk wat jouw reactietijd is. (Bijvoorbeeld: www.nationalemediasite.nl/reactietest.php of www.gogames.nl/schapen_schieten.html). 5. Oriëntatiepunten Als je dagelijks een drukke weg moet oversteken is het handig om een oriëntatiepunt op de weg te nemen. Bijvoorbeeld een verkeersbord, een boom of een lantaarnpaal. Als een auto bij dat punt is, steek je niet meer over. Denk er aan dat vrachtauto’s een langere remweg nodig hebben dan gewone auto’s. Vrachtauto’s zijn veel zwaarder, waardoor ze langzamer tot stilstand komen. Ook kan een auto wel eens veel te hard rijden, waardoor hij veel sneller bij jou is dan anders. Je moet dus altijd goed naar de auto’s blijven kijken. TIP 1 Als je oversteekt doe dat dan vastbesloten, aarzel niet halverwege, want daardoor breng je de andere weggebruikers in verwarring en dat is gevaarlijk. TIP 2 Als je zelf onderweg naar school een gevaarlijke kruising moet oversteken, kan de tabel je helpen een veilig oriëntatiepunt te bepalen. OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 6 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Snelheid van de auto in km/uur. Reactietijd Aantal meters voordat de auto stilstaat Aantal meters dat de auto rijdt in 5 seconden. Een veilig oriëntatiepunt staat op ... meter. Bij droog weer Bij nat weer 60 1 sec. 35 44 83 90 70 1 sec. 44 56 97 105 80 1 sec. 54 70 111 120 90 1 sec. 66 86 125 135 100 1 sec. 78 103 139 150 110 1 sec. 91 121 153 165 120 1 sec. 105 141 167 180 Makkelijk te onthouden is het volgende: je oriëntatiepunt, dus het punt vanaf waar je niet meer gaat oversteken als de naderende auto daar is, moet anderhalf keer zo ver weg zijn (in meters) als de snelheid van de auto (in km/u). Houd er rekening mee dat sommige auto’s harder rijden dan eigenlijk is toegestaan. Foto: Het verkeersbord (A) is het oriëntatiepunt voor deze jongen. Als de auto daar voorbij is, steekt hij niet meer over. 6. Inschatten van afstanden OPDRACHT Schat de lengte en de breedte van het leslokaal in (in meters). Schat de lengte en de breedte van het (grote) schoolplein (in meters). Schrijf je antwoorden op een blaadje. Meet met z’n vieren de klas en het plein op. Schrijf de antwoorden op en controleer hoeveel jij er naast zat met schatten. Minder dan 10% afwijking is goed. OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 7 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? 7. Fietsen in groepen Fietsen naar school doe je soms samen met vrienden. Je wacht ergens op elkaar en fietst dan samen op, soms in een kleine groep, soms in een grote groep. Een fietser alleen voelt zich kwetsbaar in het verkeer, in een groep voel je je sterker. En als Amila een leuk verhaal vertelt tegen Kees, wil jij dat ook horen, dus ga je naast hen fietsen. Maar dan fiets je wel met zijn drieën en heb je het hele fietspad nodig. Een tegenligger heeft dan geen ruimte en moet de berm in. En als er een brommer aankomt kan er een heel gevaarlijke situatie ontstaan, met de nodige valpartijen. Foto: de jongen met het zwarte shirt rijdt over de helft van de weg. Zowel de tegenligger als de mevrouw die wil inhalen hebben hier last van. Asociaal fietsen is niet alleen hufterig maar ook gevaarlijk. Verkeer komt van verkering. Als je verkering hebt hou je rekening met elkaar. Ook als je in een groep fietst. Er zijn regels voor het fietsen in een groep: < Niet meer met meer dan twee fietsen naast elkaar rijden < Op je eigen weghelft blijven < Iedereen in de groep let op het verkeer < Je waarschuwt elkaar voor obstakels, paaltjes, tegenliggers < Houd afstand van elkaar: 50 cm tussen de sturen en 2 meter tussen jou en je voorganger. Als je in een groep van 16 fietsers een drukke weg oversteekt die 8 meter breed is, duurt zo’n oversteek 32 seconden. De voorste fietser ziet dat er een auto aankomt, maar die is nog 70 meter weg. Dus dat gaat lukken. Als iedereen braaf achter de leider aan fietst zijn de laatste fietsers de klos. Dus iedereen moet opletten en inschatten of het nog kan. In de praktijk zie je dat een groep zich halverwege splitst. De eerste fietsers zijn overgestoken. Eén van de scholieren stopt en meestal stoppen de andere fietsers dan ook. Gevaarlijk is als één fietser niet wil stoppen en met de voorste groep mee wil. Die probeert nog net voor de auto over te steken. De auto die vaart minderde omdat hij die groep overstekende scholieren heeft gezien, ziet dat er gestopt wordt en geeft gas. En dan gaat het net goed of helemaal fout. OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 8 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Houd er als je in een groep rijdt rekening mee dat als je achter iemand rijdt, je sommige dingen niet goed kunt zien. Bijvoorbeeld een paaltje in het wegdek of glas. Waarschuw ook altijd mensen die achter je rijden als er iets gevaarlijks is, of als er tegenliggers aankomen die ruimte nodig hebben. Foto 1: De jongen met het zwarte shirt kan de tegenligger niet zien aankomen, hij kijkt tegen de rug van de jongen met het blauwe shirt aan. Foto 2: De tegenligger moet uitwijken of remmen, terwijl zij voorrang heeft. De jongen met het zwarte shirt had haar niet aan zien komen. 8. Voorrang krijgen Je staat bij een drukke weg - waar hard gereden wordt - te wachten tot je kunt oversteken. Er stopt een auto voor je en de automobilist gebaart dat je voor mag gaan. Als er van de andere kant geen verkeer komt, kun je gebruik maken van de voorrang die je wordt aangeboden. Maar pas wel goed op, er kan een motor langs de auto die je voorrang geeft schieten en je aanrijden. Als er veel verkeer op de andere weghelft is, heeft gebruik maken van de aangeboden voorrang geen zin. Wijs op het andere verkeer en gebaar de automobilist door te rijden. (foto 1 oversteken op middengeleider) OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 9 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? 9. Oversteken bij een middengeleider Een vluchtheuvel is een ruimte op de weg waar je je als fietser kunt opstellen. Je bent daar betrekkelijk veilig. Het komt wel eens voor dat een passerende auto de vluchtheuvel te laat ziet en er boven op knalt. Gelukkig gebeurt dat maar heel zelden. (foto 2 oversteken op middengeleider) Een ‘middengeleider’ wordt ook wel vluchtheuvel genoemd. De naam vluchtheuvel wijst volgens sommigen naar het drukke en snelle autoverkeer. Daar moet je als fietser voor vluchten. De werkelijkheid is gelukkig meestal anders. De meeste automobilisten houden rekening met je. Zo’n middengeleider is prettig en maakt het oversteken makkelijker en sneller. Je hoeft alleen maar naar links te kijken. Komt daar niks aan, steek je over naar de middengeleider. Dan kijk je naar rechts en steekt over wanneer het veilig is. Kijk wel voordat je gaat oversteken naar zo’n middengeleider eerst goed of hij wel breed genoeg is om jou en je fiets te beschermen. Anders sta je met je voor- of achterwiel op de weg en wordt je alsnog aangereden. 10. Fietspracticum Je fiets heeft aandacht nodig. Je moet hem af en toe schoonmaken, de onderdelen smeren en de banden oppompen. Als je harde banden hebt en een paar keer per jaar met een kleine schroevendraaier het glas uit je banden peutert, heb je minder kans op een lekke band. OPDRACHT Controleer samen met een medeleerling jullie fietsen. Jullie vormen een koppel tijdens dit practicum Haal het glas of scherpe steentjes uit jullie fietsbanden. Veel fietsen hebben anti-lekbanden. Heeft jouw fiets antilekbanden? Hoe zou je erachter kunnen komen of jouw band een anti-lekband is? Is jouw fiets veilig en voldoet hij aan de wettelijke eisen? Met de lijst op de volgende bladzijde kun je onderzoeken of je fiets veilig is. Op de bladzijden hierna staat extra uitleg over hoe je moet keuren. OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 10 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Algemeen: 1. Het stuur zit goed vast. 2. De bel is goed te horen. 3. De handvatten zitten goed vast aan het stuu. 4. De remmen (handremmen, terugtraprem) werken goed. 5. De remblokjes zijn niet versleten 6. De banden zijn heel en hebben voldoende profiel, 7. De spaken in beide wielen zitten goed vast 8. De trappers zijn voldoende stroef 9. Het zadel zit goed vast. 10. Het zadel staat op de juiste hoogte afgesteld. 11. De ketting is goed afgesteld, niet te slap, niet te strak. Reflectie: 12. Er zit een rode reflector aan de achterkant van de fiets. 13. Beide wielen of banden hebben witte of gele reflectoren die een aaneengesloten cirkel vormen. 14. Beide trappers hebben gele reflectoren . Is het antwoord overal ‘ja’? Dan voldoet jouw fiets aan de eisen die de wet stelt aan een dagfiets. Je mag met je fiets overdag en bij goed zicht de weg op. Extra reflectie en verlichting: 15. Er zit een witte reflector aan de voorkant van de fiets of geïntegreerd in de koplamp. ja nee 16. De koplamp werkt goed, zit stevig aan de fiets vast en geeft wit of geel licht. ja nee 17. Het achterlicht werktgoed, zit stevig aan de fiets vast en geeft rood licht ja nee 18. De dynamo werkt goed, ook bij nat weer. ja nee 19. De bedrading is goed vastgezet of weggewerkt in het frame ja nee Zijn ook deze vragen met ‘ja’ beantwoord? Dan voldoet jouw fiets aan de eisen die de wet stelt aan een nachtfiets. Je mag met je fiets ook in het donker en overdag bij slecht zicht de weg op. Als het antwoord bij één of meer van de vragen 1 t/m 14 ‘nee’ dan wordt de fiets afgekeurd voor het praktisch verkeersexamen. De fiets voldoet dan namelijk niet aan de wettelijke verplichtingen voor een dagfiets en/of is niet veilig in het gebruik. OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 11 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Zo controleer je of je stuur goed vast zit: Ga voor je fiets staan en pak je stuur vast. Hou met je voeten de onderkant van je wiel vast, probeer je stuur te draaien. Lukt dat niet dan zit het stuur goed vast. Zit het stuur los, dan even aandraaien met de juiste sleutel. Daarna nogmaals controleren. Zit er een bel op je fiets die het doet? Neem 30 grote passen van de fiets vandaan en laat je klasgenoot bellen. Als je de bel hoort op die afstand, is de bel goedgekeurd. Zitten de handvatten strak op het stuur? Losse handvatten zijn gevaarlijk. Je hand en handvat schieten waardoor je kunt vallen. Een stuur zonder handvatten is gevaarlijk. Als je valt kan de scherpe kant van je stuur je buik of je been schieten. Kun je de handvatten van je stuur bewegen of er af trekken? Een fiets met handremmen. Na verloop van tijd rekken de kabels van je remmen een beetje uit. Je fiets remt dan niet meer zo snel.Soms moet je je rem helemaal in knijpen tot het stuur en dan remt je fiets pas. Dat is niet goed. Dan moet je je handrem bijstellen. Je handremmen bijstellen is helemaal niet moeilijk. Zo controleer je of je remmen goed zijn afgesteld: Doe twee vingers tussen remgreep en stuur. Knijp de rem in. Als de remgreep niet tegen je vingers komt is de rem goed afgesteld. Als je rem niet goed is afgesteld, doe dan het volgende: Aan de voorkant van de remhevel zit een stelschroef (A). Draai die stelschroef van de remkabel uit. Ongeveer een halve centimeter. Draai het tussenmoertje (B) terug tegen het ‘huis’ (C). Knijp de rem in en probeer gelijk de fiets te bewegen. Blijft de fiets op zijn plaats dan heb je de rem goed bijgesteld. Daarna natuurlijk de andere rem ook controleren. Bij sommige fietsen kun je ook de hevels nog apart afstellen, zodat je met kleine handen ook goed kunt remmen (D). OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 12 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Een fiets met remblokjes. Til je voorwiel van de grond. Laat het wiel draaien. Knijp zachtjes je voorrem in, meestal je linkerrem. Kijk dan of de remblokjes overal goed tegen de velg van je wiel aankomen. Niet er boven of er onder. Kijk ook of ze niet versleten zijn. Bij twijfel, na laten kijken door een expert. Een fiets met terugtraprem. Til je achterwiel van de grond. Pak met de hand je trapper. Maak een draaiende beweging, zodat het achterwiel gaat ronddraaien. Dan met kracht een remmen. Staat het achterwiel meteen stil, dan is je achterrem in orde. Blijft het achterwiel nog even doordraaien heb je misschien een probleem. De ketting. Een fietsketting mag niet te strak en ook niet te los zitten. Als de ketting doorhangt is de kans groot dat je ketting van je wiel loopt en dat is vervelend. Je moet hem er dan weer met je hand opzetten. Dat geeft vieze handen. Vaak is de ketting vastgelopen en is het een heel gedoe om hem weer los te krijgen en op het voorblad en tandwiel te zetten. Als je ketting te slap of te strak is, laat er dan iemand naar kijken die er verstand van heeft. Als je denkt dat je ketting versleten is, is een nieuwe ketting een oplossing. De banden. Banden moeten niet glad zijn. Dat is gevaarlijk als het regent. Dan heb je banden van je fiets geen houvast aan de weg. Ribbels op je banden noemen we profiel. Hebben je banden nog voldoende profiel? Zitten er scheurtjes aan de zijkant van de band? Bij onvoldoende profiel en/of bij scheurtjes moet je de band vervangen. Ook moet er op de banden of in je wielen reflectie zitten. Als je er van de zijkant naar kijkt moet deze reflectie rond zijn (net zoals je band). De pedalen. Door gladde trappers en gladde schoenen kun je van de trappers afschieten en vallen. Dat kan pijn doen maar ook erg gevaarlijk zijn. Zitten je pedalen goed vast en kunnen ze draaien? Is er nog voldoende profiel op je pedalen? OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 13 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Reflectie. Als je ’s morgens vroeg in de winter naar school fietst is het vaak nog donker. Dan is het belangrijk dat je gezien wordt. OPDRACHT Vul in: 1. Heb je reflectiestrepen op je jas? 0 ja 0 nee 2. Wat voor kleur heeft je jas? Valt die kleur op in het donker? 0 ja 0 nee 3. Heb je reflectie in je pedalen? 0 ja 0 nee 4. Heb je doorlopende reflectie in je wielen? Bijvoorbeeld een witte reflectie streep op je banden? 0 ja 0 nee 5. Heb je een rode achterreflector? 0 ja 0 nee 6. Heb je een witte voorreflector? 0 ja 0 nee 7. Heb je goed werkend voorlicht? 0 ja 0 nee 8. Heb je een goed werkend achterlicht? 0 ja 0 nee Je bent ’s avonds heel goed zichtbaar als je alle vragen met ja beantwoord hebt. OPDRACHT Welke reflectie is verplicht? 1. Reflectiestrepen op je jas 0 ja 0 nee 2. Reflectie in je pedalen 0 ja 0 nee 3. Achterreflector 0 ja 0 nee 4. Voorreflector 0 ja 0 nee 5. Reflectie in de wielen 0 ja 0 nee (kijk voor de goede antwoorden achterin deze lesbrief) OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 14 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? EXTRA OPDRACHT 1 Langs de kant van de weg staan soms hectometerpaaltjes. Om de honderd meter heb je zo’n paaltje. Bij de oversteek staat aan de overkant zo’n paaltje. Hij staat 20 meter naar rechts. Bij het volgende paaltje naar rechts komt een snelle auto aan die rijdt wel honderd km per uur. De reactietijd van de bestuurder is 0,4 seconde. Jij en een vriend steken over. Je vriend raakt per ongeluk je stuur. Je valt. Komt de snelle auto nog op tijd tot stilstand? Reken het antwoord uit en kijk daarna achterin deze lesbrief of jouw antwoord klopt. EXTRA OPDRACHT 2 Een auto rijdt 90 km per uur. Reactietijd van de bestuurder is 0,3 seconden. Je hebt een aantal oriëntatiepunten op de weg A. Op 50 meter staat een lantaarnpaal B. Op 60 meter staat een boom C. Op 70 meter staat een verkeerbord Bij welk oriëntatiepunt kun je nog veilig oversteken? Leg uit waarom. EXTRA OPDRACHT 3 Een fietser rijdt met 18 km een drukke weg over. De weg is 10 meter breed. Vraag 1: In hoeveel seconden is de fietser over de kruising? Vraag 2: Dezelfde fietser steekt vlak voor een auto over die 100 km per uur rijdt. De reactietijd bestuurder 0,4 seconde. Hoeveel meter legt de auto af in 1 seconde? Vraag 3: De auto (zie foto) rijdt 80 km/u. Wordt de fietser aangereden? Leg uit waarom wel of waarom niet. foto vraag 3 OVERSTEKEN VAN DRUKKE WEGEN MET JE FIETS Blad 15 van 15 HOE DOE JE DAT VEILIG? Antwoorden verplichte reflectie. Antwoorden extra opdracht 1, 2, 3.